dinsdag 11 maart
4 | 21:46 Oh Joy

Hé! Ik leef nog! We leven allemaal nog!
Al is het mij zelf soms ook niet duidelijk òf, hòe en waarom, waarvoor.
Maar de hartjes kloppen allemaal nog. Hoezee, hoezee.
En Casper-kat was 2 maart jl. jarig, en voor die gelegenheid stelde ik een albumpje samen.

Klik!

En. Hoe gaat het met u??
dinsdag 07 januari
3 | 23:00 Om u te dienen

Ze heeft allure, Daantje. Ego. Attitude. Zo klein als ze is, zo groots gedraagt ze zich.

Ik had haar buitengesloten, heel per ongeluk. Ik was de voordeur binnengekomen, één kat vloog direct naar buiten het portiek in, tegen dat die weer binnen was was nummer 2 naar buiten, zo ging het nog een tijdje door maar op een gegeven moment wist ik echt heel zeker dat ze allebei weer binnen waren. En ik sloot de deur.
Amper een minuut later klonk er groot protest. Daantje. Buitengesloten.

Ik schoot terug naar de deur, opende hem, en daar stond ze. Niet bang. Laaiend, witheet van woede.
Vloekend en tierend stormde ze naar binnen: hoe ik het in mijn hoofd had gehaald om haar, HAAR, buiten te sluiten, was ik godv&*%$ helemaal besodemieterd geweest?! Het lef, de schande!!
Stampvoetend beende ze naar de keuken. Intussen almaar doorgaand, met haar geschreew en verwijten.

Nu staat ze rechtop tegen de badkamerdeur, waar ze altijd haar eten krijgt. Blik nog steeds vuurspuwend. "JIJ. Hé! Deuren-sluiter! Ga je me nu ook nog mijn eten ontzeggen?! Open, doe open!!"

"Wokkeltje; vogeltje; vrouwke; prulleke", noem ik haar, als ze zich 's avonds tegen me aan vleit.

Ik denk dat het tijd is om mijn koosnaampjes wat aan te passen.
En haar te gaan noemen naar wie ze werkelijk is.
Meesteres. Mijn majesteit.



maandag 18 november
7 | 01:50 Open

In reactie op dit stukje van Cindy schreef ik onderstaande:

Een goede arts is wat mij betreft ook: de arts die in sommige opzichten 'eeuwig student' blijft. De nieuwsgierigheid en verwondering van de student behoudt; de open blik, de mogelijkheid en bereidheid om verrast te worden.
Het gaat hand in hand met wat Ctje zegt.
Toen een oud-klasgenoot van me net geneeskunde was gaan studeren, sprak ze over het plan om haar eigen normaal-waarden vast te leggen. Want iedereen was anders, van iedereen zou ook een overzicht moeten zijn wat voor hem of haar normaal was!

Ze zei het enthousiast, vol overgave, vol Aha-Erlebnis en uitroeptekens. Er zat ook verontwaardiginng in; over het feit dat de gevestigde gezondheidszorg veel te veel vasthield aan statistieken, aan gemiddelden. Dat waardes die buiten de grafiek vallen niet eens worden beschouwd als 'uitzonderlijk', maar eenvoudig als 'verkeerd gemeten' en onmogelijk.
Wat koorts voor de een is, is normaal voor de ander; wat een normale bloeddruk voor de een is, is voldoende om een ander tegen de vlakte te doen gaan. Niet de afwijking van het gemiddelde is wat de ziekte illustreert, maar de afwijking van het persoonlijke gemiddelde.

De vriendin in kwestie is uiteindelijk - door omstandigheden - geen praktiserend arts geworden, dus ik weet niet of ze uiteindelijk in deze houding zou zijn veranderd.
Maar in het algemeen is deze hele instelling er één die ik vaak zie bij co-assistenten, minder bij arts-assistenten en slechts zelden bij afgestudeerde artsen.
Ze worden blasé, of murw; mogelijk arrogant, of gewoon te zwaar belast, om nog de schoonheid en de onvoorspelbaarheid van het individuele lichaam te zien.

Die open blik. Dat tekent wat mij betreft de werkelijk goede arts.

(en grappig genoeg - in het kader van Jansen Steur - is dat een houding die ik juist bij neurologen wèl geregeld heb gezien. De neurologen met wie ik te maken heb gehad zijn stuk voor stuk neurotische tobbers, die aangeven feitelijk niets te weten en niets te kunnen; dat de hersens een groot mysterie zijn waarvan meer onbekend dan bekend is. Zinnen als: 'Afgaande op wat we nu weten.. maar er zijn geen garanties, over tien jaar kan men er weer heel anders over denken..' of 'ik heb het nog niet eerder gehoord; maar het is heel goed mogelijk.. àlles is mogelijk'. Beslist een verademing.)
zaterdag 09 november
3 | 22:26 Pijnlijk

Ergens tijdens een fietstochtje in de stromende regen merkte ik dat mijn kies vreemd aanvoelde. Er leek een barst in te zitten.
Oh f*k. Als dat maar goed zou gaan.
Tegen dat ik twee andere fietsuitjes en het vierdubbele aantal regenbuien verder was, moest ik constateren dat er echt iets flink mis was met die kies. Een barst, hetzij in de vulling, hetzij in de kies zelf.
Voor komende maandag had ik al een afspraak met de tandarts staan. Zou ik dat halen, zou de kies tot die tijd overeind en vooral: pijnloos blijven..?
Ik besloot het er niet op te wagen, en belde de spoeddienst.

Ik bofte: tussen 7 en 8 was er open spreekuur, aan de andere kant van de stad.
(dat dat boffen is, dat bedoel ik cynisch. Voor de duidelijkheid. Niets zo erg en vaag als 'open spreekuur', waarbij je maar moet afwachten wanneer je eindelijk aan de beurt bent. En 'andere kant van de stad' - ik denk niet dat ik hoef uit te leggen waarom dat niet zo tof is)

Ik meldde me, samen met nog een man of tien, om kwart voor zeven bij het betreffende adres. Weer - of nog steeds - in de stromende regen.
De praktijk was open, er waren mensen aanwezig, maar god verhoede dat we lekker warm en droog binnen mochten wachten. Want: de beveiliging was er nog niet. Hoezee moderne wereld, waar beveiliging van een tandartspraktijk überhaupt nodig is, en mensen in de kou mogen blijven wachten omdat het niet verantwoord is om ze onbeveiligd binnen te laten.

Afijn. Vóór u - en ja, ik heb het over u, u weet heel goed wie u bent - gaat zeggen dat het best wel verspilling van aandacht en tijd en geld is om met een vaag gevoel van bezorgdheid naar een spoeddienst te gaan: wees gerust. Het bleek nogal hard nodig. Foto's wezen uit dat de vulling doormidden was, en dat onder de vulling een nieuw gat zat. Boren wees uit dat het gat tot in oneindigheid doorging. En doorging. En doorging.
Anderhalf uur later stond ik, geheel murw geboord en gevuld, weer buiten.
Buiten de spreekkamer, dat is.
Aan de balie, waar mij een rekening van €130 werd overhandigd. Graag contant betalen.

Toen ik de spoedlijn had gebeld hadden ze gezegd: neemt u alstublieft mompel-mompel-mompel-vijftig euro mee.
Pardon, wat zegt u?
Mompel-mompel-MOMPEL-vijftig euro mee...!!!
Oh. Ok.
En dus nam ik braaf vijftig euro mee.
Waar de juf honderdvijftig bleek te hebben gezegd of bedoeld.

Ik liet mijn moeder en mijn rugzak als onderpand achter, en zocht de dichtstbijzijnde pinautomaat.
Die was helaas, het speet ING echt heel erg, tijdelijk even buiten werking.
Nummer twee ook.
Tegen dat ik in het pikkedonker in de gietregen met beslagen ruiten de derde pinautomaat ontwaardde was ik dichter bij huis dan bij de tandarts.
Maar ik ben eerlijk.
En ik kon mijn rugzak, eeh.. mijn moeder, niet zomaar in een vreemde tandartspraktijk achterlaten.
Dus ik ging weer terug.
Betaalde.
Kwam uiteindelijk drie uur na oorspronkelijk vertrek weer thuis aan. Nog niet gegeten, bonkende pijn in kies en kaak, nog steeds doorweekt en ijskoud.

Voor het eerst (sinds pakweg 1997) dacht ik keihard: screw calorieen en gebrek aan vezels of (andere) voedingswaarde. Suikerbolletje, here I come!
Ik bakte het suikerbolletje, roerde een ei, smeerde enthousiast met kaas. Het was een zoet-zoute zalige smurrie.
En dat vond Casper ook.

(. . .)

Maar gelukkig heb ik ergens nog een banaan.

* * *

Overigens, nog een leuk klein detail: vóór het grote breekwerk vroeg de tandarts, gezien het feit dat ik allergisch ben voor bepaalde verdovingsvloeistoffen: "is dit de goede?". Ik draaide het ampulletje in mijn vingers rond, tuurde ernaar, en vroeg deels schertsend, deels toch wat onzeker: 'eeh... november 2013... is dat de productiedatum of de uiterste gebruiksdatum..?'.
Waarna twee volle dozen met verdovingsvloeistof werden weggegooid.
donderdag 20 juni
17 | 03:56 Filmpje

Er zijn nu ook bewegende beelden, van het beestje. Hier.

Het moet niet gekker worden.
zondag 09 juni
2 | 19:00 Stress

Volgende week heb ik mijn kwartaallijkse afspraak met mijn neuroloog.
'Hoe gaat het met je??', zal hij me vragen; oprecht geïnteresseerd, zoals hij altijd lijkt te zijn.

Ik zal hem vertellen over mijn nieuwe kat en hoe, op het moment, mijn hele leven om hem draait. Behalve dan op de momenten waarop het dat niet doet. Zoals met de bloedarmoede en de ijzertabletten waarop mijn lichaam nogal gepikeerd reageerde; en mijn gestoorde (maar niet prettig-gestoorde) vader; en mijn moeder met háár gezondheidsproblemen; en mijn mini-autootje dat uit zichzelf uit elkaar valt; en mijn fiets die een lekke band kreeg terwijl ik ergens tussen Monster en Ter Heijde was, wat NIET de plek is waar je met een lekke band wilt stranden. Oh, en dan is er nog vanalles gaande met verschillende vrienden; sommige zaken leuk, sommige niet echt; ik kan er niet goed over praten, maar het is tegelijk verschrikkelijk en geweldig, maar de 'geweldige' delen lijken net zo uitputtend te zijn als de 'verschrikkelijke'. Oh... de pracht van autisme, dat geen onderscheid maakt tussen goed en slecht, omdat hoe dan ook alles wat onbekend is, slecht is...

Onderwijl lijkt mijn MS zich vrij goed te houden. Verbazingwekkend goed.
Dat wil zeggen: tot twee dagen geleden, toen ik volledig instortte. Duizeligheid, coördinatieverlies, hoge spierspanning, trillen, problemen met zien. U weet wel, het gebruikelijke.

"Nou ja, je hebt duidelijk de nodige stress gehad", zal mijn neuroloog zeggen; "Het is niet meer dan logisch dat je lichaam daarop reageert..."

Nee, dat is het niet.
Of misschien ook wel.
Maar... kweenie... het zal de laatste druppel zijn geweest. Toen, twee dagen geleden, mijn kat ineens suïcidaal werd.

En dan zal ik hem deze pareltjes laten zien:
donderdag 06 juni
1 | 17:34 Onbeperkt

Na een lange, moeizame nacht had ik net, om half vijf, eindelijk voldoende energie bij elkaar geraapt om naar buiten te gaan. Al na amper een kwartier gaven mijn darmen op luide toon aan terug naar huis te willen. Waarmee een abrupt einde kwam, aan alle buiten-activiteiten voor de dag.

Een veel gehoorde uitspraak, als het om Grote Enge Ziekten gaat, is: 'dat ze in de medische wereld nou al zó ver zijn, maar dat er nog steeds geen genezing is gevonden voor [...] ...!'.
Ik wil dat hele traject van genezen graag overslaan.

Het kan allemaal zoveel efficienter.
Als we nou eens gewoon een mogelijkheid vinden om helemáál zonder lichaam te doen. Geen fysieke beperkingen meer, niet meer overvallen worden door ziekte en (andere) lichamelijke ongemakken. Enkel losfladderende zielen.
Is het hele probleem van de overbevolking ook in één keer opgelost.
woensdag 05 juni
2 | 21:29 Stukje

Ik bracht broodjes voor hem mee, en de moorkop, die mijn schoonmaker ter ere van zijn verjaardag had meegebracht, maar die ik niet kon eten. De moorkop, waar hij aan de telefoon juichend en gulzig op had gereageerd; ik kon hem haast hóren watertanden.

We deden van 'hoi' en 'hoe gaat het', en alles was gezellig, en 'heb je een schoteltje om hem op te zetten' - 'ja, doe daar maar, dank je, lekker!'.
Bij het overhevelen van de moorkop kreeg ik slagroom op mijn vingers. Gedachteloos scheurde ik een stukje keukenpapier van de rol af, om het af te vegen.

En toen brak de hel los.
Blinde drift, scheldpartijen, geschreeuw, hysterie.
Dat ik toch gewoon even mijn handen onder de kraan had kunnen afspoelen, wist ik wel hoe duur dat papier was, en het hòeft allemaal niet zo veel [een half velletje..], en hij was er extra zuinig mee, en - op mijn sussen - 'nee JIJ moet ophouden, het is MIJN huis, IK heb het hier voor het zeggen, ik wil het gewoon niet hebben!!'.
Ik liet de storm voortrazen, zei alleen kalm 'Ok. Fijne avond. Dag' - en maakte dat ik wegkwam.

Het zijn de kleine, alledaagse incidenten als dit, die me doen realiseren: dat hij verdwijnt. Steeds minder zichzelf is; en steeds meer zijn gekte wordt.
Ik denk telkens dat ik het allemaal wel weet. Dat het voldoende is doorgedrongen; dat ik het heb geaccepteerd, het is wat het is. Dat er alleen nog maar wrevel is.
Maar als ik dan het knagen voel, dat het doet; het voortdreinen; de flarden die door de dag heen door mijn hoofd spoken - dan weet ik: niks acceptatie. Het doet gewoon verdomd veel pijn.
dinsdag 14 mei
§ | 12:04 IJzersterk

But wait.. there’s more.....!

Speciaal voor hen die het nu wel weten, van mijn kat: een ouderwetsch Lijdensverhaal.


Nou ja, niet zo gek veel lijden. Het was eigenlijk vrij grappig. Vond ik. Hoewel de Duizenden Kennissen die ik belde, om de hilariteit te delen, helemaal niet bijzonder geamuseerd leken. Maar misschien wisten ze niet dat ze mochten lachen. Nu dan: u mag lachen.

Ik had een afspraak met mijn hematologe gemaakt. Voornamelijk omdat ons laatste contact vreemd was verlopen.
Gedoe over wel of geen draagster zijn van Hemofilie B, náást mijn al aanwezige Von Willebrandziekte. Je verveelt je nooit, met mijn lichaam.
Het bleek niet zo te zijn, trouwens. Zoals bleek, na heel veel drama en rompslomp en aan externe specialistische klinieken uitbestede onderzoeken. Ik heb - ‘gewoon’ - een structureel te lage Stollingsfactor IX. Zonder aanwijsbare oorzaak, zonder onderliggende aandoening. Gewoon. Omdat ik een freak ben.

Afijn.
Het was allemaal een beetje warrig en anticlimactisch geëindigd, als in ‘geen oorzaak dus medisch niet interessant, maar ook niet echt geruststellend omdat mijn lichaam dus ècht gek en onvoorspelbaar is’. Maar daar doen ze niet aan, qua nazorg.

Ter vervanging van die nazorg had ik dus toch maar weer eens een afspraak gemaakt.
Over wat die uitslag in praktijk nou eigenlijk allemaal betekent.

Daar kwamen we niet echt aan toe.

Hoe het ging, vroeg de Hema-dokter eerst, waarna ik - hoe kan het ook anders - over het nieuwe gezinslid vertelde. Hoewel dat eigenlijk onnodig was, aangezien mijn sinds vanochtend opengereten neus dat bericht al luid en duidelijk de wereld ingooide.
Hema-doc sprak haar jaloezie uit, want kittens zijn zo geweldig en leuk; ik humde wat, gezien de pijnlijke neus en de grote schoonmaak die ik vlak voor vertrek had moeten doen en die er voor had gezorgd dat ik tien minuten te laat op de afspraak was gekomen.
‘Hoe is het met de krassen, en het bloeden?’, vroeg Hema-doc bezorgd - daarmee een prachtig bruggetje vindend naar de reden van mijn komst. Of beter: de reden die *zij* vond dat mijn komst had.

Want, zo sprak ze vrij abrupt: ‘ik heb je bloeduitslagen nog eens bekeken, en het kan nu echt niet langer zo doorgaan’.

‘Fuck’, was mijn eerste gedachte. ‘Mijn kruisjes. Het moment is gekomen: ik ga geregistreerd worden, in Het Grote Overkoepelende Systeem. Alsdat mij geen bloedprikformulieren meer mogen worden meegegeven; dat elk toekomstig onderzoek moet worden gedaan na het rechtstreeks faxen van de aanvraag naar het lab. Want dat het nu echt niet langer zo kan doorgaan: al die kruisjes die ik er zelf bij zet’.

Een schuldig geweten....

Want daar bleek het dus helemaal niet over te gaan.
Eigenlijk waren - maar dat wist zij niet - mijn kruisjes-acties (voor de zoveelste keer) best wel to-the-point en relevant geweest.

Zeker een jaar geleden was er tijdens een routine-onderzoekje, door iemand (wie?) aangevraagd, gebleken dat ik een ijzertekort had.
‘Maar even in de gaten houden’, zei de arts in kwestie. ‘Kan heel goed te maken hebben met je menstruatie. Laat het over een week of wat nog maar eens controleren, dan kijken we hoe het dan is’.
Wat vervolgens niet werd gedaan. Waardoor ik mij ‘genoodzaakt zag’ zelf maar een kruisje op het eerstvolgende labformulier bij te zetten.

De ijzer bleek inderdaad weer netjes op orde.
Maar ik was gefascineerd. Dus ik maakte er een gewoonte van, om bij elk nieuw formulier die ijzerkruisjes toe te voegen. ‘For science’.
Het was prachtig, wat ik zag. De schommelingen, het ritme ervan. Helemaal ‘in sync’ met mijn cyclus. Bij onderzoeken direct na de ongesteldheid: ijzer op een dieptepunt. Onderzoeken er vlak vóór: ijzer weer prachtig hoog.
Ik hou van ritmes, ik hou van de natuur in mezelf ontdekken (hoe zweverig dat ook moge klinken), dus ik kon hier oprecht van genieten.

En op een dag hield het ritme op. Bleef de ijzer structureel laag.
Maar dat gaf ook niet, want als er één ding is waar ik nog meer van houd dan van ritmes, dan is het onveranderlijkheid. Een beetje onder het motto ‘Er is niets ergs aan dood gaan, zolang het maar steeds op dezelfde, voorspelbare manier gebeurt’.
Ik stelde zelfs mijn neuroloog gerust, als hij wat fronsend mijn waardes bekeek, tijdens mijn kwartaallijkse bezoekjes: ‘Dat doet die Hb en dat ijzer altijd, dat is niets ongewoons, geeft niks’.

Mijngetallen. Mijn verhaal. Ik, in cijfertjes. De cijfertjes waarin ik mezelf herkende.

Tot vandaag, dus.
Want mijn hematoloog zag het allemaal heel wat minder poëtisch.
Die vond, als gezegd, dat het nu echt meer zo kon doorgaan. Dat mijn ijzer VEEL te laag was, en ALTIJD, en dat mijn Hb daar HEEL ERG onder leed want dat die nu ook ALTIJD en VEEL te laag was.
En dat het bovendien onverklaarbaar was (het zal eens niet) want dat ik - zo bleek na een kort verhoor - niet anders was gaan eten; op ijzergebied zelfs gezonder.

IJzerpillen. En over zes weken opnieuw bloed prikken. En als er dan geen verandering is, dan kan het heel goed zijn dat het ijzer in het geheel niet wordt opgenomen en dan moet er overleg met de maag/darm-arts komen, en dan moet de ijzer via infuus worden gegeven.

Oh. Ok.

En toen schoot ik dus in de lach.
Omdat mijn angsten zo ontzettend onlogisch zijn. Mijn eigen sus-methodes af en toe zo volkomen averechts werken.

Sinds ik MS heb ben ik een stuk minder hypochondrisch. Omdat ik om-het-even-wàt voor het gemak op de MS gooi. Ik heb nooit meer ‘hersentumors’ of andere gruwelijke ziekten. Want, zoals mijn neuroloog zelf zegt: je kan het zo gek niet bedenken of het kan door MS komen. En daar hou ik me dan ook aan. ‘Het zal vast gewoon MS zijn’ - en op een dag heb ik een hernia of een beroerte of ècht een hersentumor en dan zeg ik nog steeds: ‘MS. Een forse aanval, dit keer, maar het is vast gewoon MS’.

Op dezelfde manier vind ik mijn rust in getalletjes, in labwaardes. De schoonheid, de poezie. Het gevoel van ontroering, dat al die alarmerende uitroeptekens en rode pijltjes in mijn uitslagen ‘bij mij horen’.
En voor het grootste deel doen ze dat ook. De billirubine en de amylase die altijd te hoog zijn en waarvan niemand weet hoe dat komt; de voornoemde lage Factor IX, die normaliter zou duiden op dragerschap van hemofilie maar dat in mijn geval dus niet is; de leucocyten die altijd te laag zijn, wat ‘gewoon’ een bekende bijwerking van mijn medicatie is.

Maar soms blijkt het dan ineens echt en officieel mis. Dan ben ik gewoon hartstikke ziek geweest. Zonder me daar een moment druk om te hebben gemaakt.
En voor de angsthaas die ik ben is dat best wel hilarisch.

Vind ik tenminste...
zondag 05 mei
§ | 12:16 Krabpaal minus speeltje

Playtime's over...


donderdag 02 mei
§ | 19:49 "Krabpaal met speeltje", heet dat dan heel onschuldig

"Irritant hè?! En helemaal voor jou. Ga maar spelen."

Zo. Daar heb ik voorlopig geen kind meer aan.

(Action, €5,95. Beste aankoop in tijden. Op de kat zelf na dan.)
maandag 29 april
§ | 18:15 Consequent

Ik begin wanhopige ouders, slachtoffers van peuterterreur, steeds beter te begrijpen.

Ja ja, heel fijn. 'Opvoeden is consequent zijn'. Makkelijk gezegd.
Er is een grens aan hoe vaak je een kind, eeh, kat, uit je nek kan plukken en demonstratief van je afslingeren.
Op een gegeven moment denk je: 'Whatever. Laat maar. Als jij geplet wilt worden moet je het zelf weten. Eigen schuld. Ik moet echt, echt ECHT aan het werk.'

En dus zit er nu, in die ene vrije centimeter tussen mijn achterwerk en de stoelzitting, dit:



(Ik stop wel weer met kattenspam, hoor. Misschien maak ik een eigen Facebook-account voor hem aan, dan kunt u gericht ontwijken of juist opzoeken. Maar het is niet zo dat ik iets anders gedaan krijg, op het moment...)
4 | 17:36 Et tu, Brute

Dus. Nu heb ik dus een kat. Kitten. Sinds zaterdag. Nog naamloos, omdat ik niet kan kiezen; dus in praktijk naamrijk, aangezien hij nu bij elke gelegenheid en door elke bezoeker anders wordt genoemd.
'Pim', was het aanvankelijke plan. Toen zag ik hem, en toen bleek hij veel meer een Rob. Maar omdat ik Rob echt helemaal geen kattennaam vind, noemt 'iedereen' (lees: mijn ouders en mijn Facebook-vriendjes) hem nu Rob behalve ikzelf.
Ik noem hem Polleke of Prulleke. Of Kleintje. Of NEEEEEEEE...!!!! - dat laatste is een afkorting van de volledige naam 'JEZUS CHRISTUS JIJ SUKKEL!!!!'. U kunt zelf wel verzinnen in wat voor situaties hij zo wordt genoemd.

Maar goed. In twee dagen tijd ben ik nu dus zo iemand geworden die alleen nog maar over zijn huisdier kan praten. Zo iemand aan wie ik de pest heb.

Ik zal me proberen in te houden. Maar het is allemaal nog erg nieuw, en enerverend. Dus cut me some slack.

Oh. Dit is 'm. Afgelopen zaterdag. Jaaaaren geleden. Toen hij nog weleens rustig was. En niet aanhankelijk.
Aaah.. mooie tijden...


vrijdag 19 april
3 | 20:05 Serieel

Lieve Net5.
Beste Net5.
Geachte Ne-

Net5, hallo.

Even 1 ding heel duidelijk maken.

Néé, ik ga niet kijken naar 666 Park Avenue, waar jullie op het moment constant mee adverteren.
Zoals ik na drie afleveringen ook ben afgehaakt van Emily Stone MD. En ook FlashForward de komende weekends straal ga negeren.

Dat is niet omdat ik die series niet goed vind.
Maar: ik heb het een beetje gehad met jullie huidige programma-beleid. Met het uitzenden van series die, zoals na enig googlen blijkt, halverwege seizoen 1 al zijn gestrand.
Het klinkt wellicht wat overdreven dramatisch, maar ik ben het zat om emotioneel te investeren in series die uiteindelijk nooit meer dan 13 afleveringen hebben gekend.

En, nu ik jullie toch schrijf: ik ben jullie eigenlijk sowieso een beetje zat.
Jullie hadden altijd de beste fijnste programma's, en nu is het enkel nog een eindeloze aaneenschakeling van hysterische, banale, gescripte semi-reallife-shows.

RTL8 heeft momenteel als slogan 'Waar vrouwen van houden'.
RTL8 staat bij mij al sinds jaar en dag op plaats 18, op mijn TV. Want 'wat heb ik op RTL8 te zoeken', immers.
Maar ze beginnen waarachtig hun eigen slogan waar te maken. En ik overweeg in alle ernst om jullie plaats 8 met hun 18 te wisselen.

Kom op, jongens.
Is het werkelijk zo kostbaar om eens een goeie, lang(er)lopende serie aan te kopen? Kostbaarder dan het speciaal creëren van al die gedrochten van jullie? En levert die rotzooi nou echt meer op, aan reclame-inkomsten?

Want als dat geval is: Just shoot me. In zo'n wereld wil ik niet leven.

('Just Shoot Me', dat was ook een fijne serie, trouwens. Als jullie nou toch series willen herhalen, doe die dan eens. In plaats van wéér een extra Born2Cook, met koks die het nòg steeds over Wor-chès-ter-saus hebben...)
zondag 07 april
1 | 15:03 Method-acting

Bij gebrek aan lammetjes heeft de kinderboerderij dit jaar een witte Vlaamse Reus in de wei gezet.
Hij staat wat laag op de grond, maar hij graast en maakt bokkesprongen, hij heeft kekke rechtopstaande geiteoren en een kwispelstaartje, en als je je ogen een beetje dichtknijpt is het allemaal net echt.

Lente! Als je je ogen een beetje dichtknijpt en je wollen vest nog eens wat steviger om je heen wikkelt is het net echt!